Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mittelalter hinaus, legten 1626—1628 im Hochstift „Osnabrück die alten Geschlechter Vincke, Ledebur u. s. w. ihren Nahmen nicht das Wörtchen, von bei." — Over het wapen Zie bij P. F. Weddingen, Beschreibung der Grafschaft Bavensberg, Leipzig 1790. Ier Band, s. 134.

(20) J. Möser, Osuabrückische Geschichte, Berlin 1824, III Th. s. 223, noemt Wicbertus Letebur, A°. 1195 en s. 241 und s. 46. A°. 1215—1217 hem Wickbertus Ledebur, Judex civium Osnaburg. Ook diens zoon Thietardus wordt s. 253, 260 vermeld. 'Voorts gewagen oorkonden en geslachtlijsten van ridder Bernhard Ledebur, A° 1222 als getuige in eene door Otto II, graaf van Bavensberg gegeven oorkonde aan het klooster Marienfeld. Zie Kiudlinger, Cod. in fol. VI 103, No. 16. — Van een anderen Bernhard A°. 1249—1263. Deze wordt gehouden voor een broeder van ridder Wilhelm Ledebur, die-op den Langenbrück zijn verblijf hield. — Van ridder Eberhard Ledebur, A°. 1291, van ridder Diethart A°. 1292 enz.

(21) Zyn oudste zoon Lambertus Vincentius bezit het Riddermatig goed Langenbrück ook Langenbruggen genaamd, gelegen in Tecklenburg en voorkomende in de Nieuwe Atlas van Sanson, Amsterdam bij Pieter Mortier, op de kaart „Le cercle de Westphalie." — Dit goed was vele jaar honderden in het geslacht der Ledeburen.

(22) Zie onder anderen „Karakter-trekken en Historische fragmenten uit het leven van den koning van Pruissen Frederik Wilhelm III, door B. F. Eijlert, uit het Hoogduitsch door A. H. 'van der Hoeve, Amsterdam bij ten Brink en de Vries, 1844. Dl. I, bl. 181. — In onze vaderlandsche geschiedenis komt de naam mede voor, zoo als die van Hendrik Ledebuer in

Sluiten