Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aak öen lezer.

«chamen. Neen! noch voor dezen, noch voor genen. Neen! zoo min ter bereiking van het een als van het ander doel heb ik mij opgewekt en bekwaam gevoeld te schrijven; maar wel — en dit schaam ik mij niet, en hope het mij nooit te willen schamen — uit liefde tot mijnen dierbaren Heer en Zaligmaker, om, hoe zwak ook, Zijne eer te verdedigen, als ook uit liefde tot eenvoudigen, maar den Heere en daarom ook deze waarheid har^ljjk lief hebbende, om hen in hun geloof aangaande Hem te versterken en te bevestigen.

Toen ik dit voorhemen had,.dacht mij niet ongepast te zijn — ten einde Hem in Zijnen geheelen persoon', in welken de goddelijke met de menschelijke natuur ten naauwste vereenigd is, voor te stellen — Hem ook als mensch te beschouwen. Vond ik alzoo in Hem den Godmensch, den zoodanigen, zoo als de Christus volgens de voorspellingen zoo zijn, dit noopte mij — te meer omdat deze waarheid, dat Hij de Christus is, in het naauwste verband met die van Zijne ware menschheid en ware Godheid staat — Hem ook als den Christas; te beschouwen, en alzoo ontving het een uit het ander zijn' oorsprong.

Volgens den inhoud van dit geschrift stel ik ö den Heere jezüs in een drievoudig opzigt ter beschouwing voor, en biede u alzoo in de behandelde waarheden een drievoudig snoer aan, welke onmogelijk, zonder Hem den Heere te kwetsen , kan verbroken worden.

Ik kan niet ontveinzen — en waarom zou ik zulks willen? — dat ik met dit geschrift, uit overtuiging van het in vele opzigten. gebrekkige ia hetzelve, beschroomd on-

Sluiten