Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mensch jëzus Cod zuiver beminde, zoo als geen schep-* sel, hoe verheven ook» Hem zuiverder kan beminnen, blijkt ons uit zijn gemeenzaam , wrkeer met God, in hetwelk Hij geheele nachten doorbragt (1), —uit zijnen ijver voos Gods eer, welke Hij in het uitdrijven der kooplieden ait

den tempel, op een* treffende wijze betoonde (2), ait

jrfjne volmaakte gehoorzaamheid! en onderwerping aan Gods V>a. Moeijelijk, hoogst moegelijk toch! was de taak , Wefte God Hem' te» volbrenging had opgelegd; Hij moest van de waarheid getuigen, zoo ten aanzien van het wezen Gods, van deszelfs heiligheid , regtvaardigheid en liefde, als van den mensch en van den staat zijns diepen ongeluks ; en daardoor meest, als een natuurlijk gevolg, de leugen ontdekt e» het bedrog ontmaskerd worden; daardoorkwam Bij gedurig in tegenspraak met de geleerdsten en aanzien* lijksten des volks, berokkende ziek den bittersten haat, kater en vervolging, welke Hij wch met de grootste standvastigheid getroostte; zoodal Hij naar waarheid kon zeggen: »da« het Zijne spijze was den wil van God te doet* en Zijn werk te volbrengen (3)," en alzoo het werk Gods, de taak Hem opgelegd, voor Hem was, waï voor den hongerige» de «pijaeiïs. Doch niet alleen sprak Hij alzoo, maar betoonde znlks ook roet de daad; daar Hg, niet tegenstaande Hg afcifd belaagd, bespied en geboend werd , en bewust was zich te midden Zijner vijanden te bevinden , eiken dag met nieuwen moed Zijn werk opvatte, en tot in den dood des fcruises gehoorzaam is gebleven.

Is met de liefde jegens God ten naauwste de liefde jegens den naaste verbonden, ook deze heeft Hg ten alfea tijde, ia alle opeigten, aan alle menschen betoond. Hij deed dit reeds als kind, in de volmaakte gehoorzaamheid aan Zijne ouders (4) , hoewel Hij Zijne oneindige verhevenheid boven hen kende; in Zijn volgend leven ging

(1) Luk. VI: 12. XXI: 37. (2) Joh. II: 14—17. Malth. XXI: jt», 13. Vere. Pu. LXIX: 10. (3> Joh. IV: 34. (4) Luk. JI: 51.

Sluiten