Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m e z u s,

DE CHRISTUS.

Zijn wij overtuigd, dat de Heere mes een waar mensch is geweest, en hebben wij opgemerkt, dat die waarheid ons hoogst belangrijk is: met dezelve staat m het allernaauwst verband de niet minder belangrijke waarheid, dat Hij de Messias, de Christus is, de Gezalfde bij uitnemendheid ; dezelfde Heilgezant, die door God in het Paradijs en vervolgens aan de voorvaderen beloofd werd.

Ter overtuiging, dat Dij die is, heeft de Heere jezüs Zijne tijdgenooten — van welke verre de meèsten Hem niet als den Christus, den Gezondenen des Vaders, wilden erkennen, terwijl anderen dit betwijfelden —naar de Schriften verwezen , ten einde die te onderzoeken, met de verzekering, dat deze aangaande Hem uitspraak zouden doen, daar die van Hem getuigden (1); met welke Hij niet dan de Schriften van het Oude Testament kan hebben verstaan, volgens Zijne bijvoeging: »want gij meent in dezelve het eeuwig leven te hebben." Ook heeft Hij na Zijne opstanding uit de dooden Zijne discipelen naar dezelve verwezen, als Hij hen herinnert en

(1) Joh. V: 39,

Sluiten