Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leerden gedéeldrhebben. Verstaat vader jacob door Sdlepter en Wetgever het koninklijk iJevWhd, de oppWote magl: hij zegt dan , dat dezelve in den stam van Juda, tot de komst van den Messias, zou bevestigd blijven, maar ook met of kort na dezelve zou eindigen. — Vele eenwen iater bepaalt de Profeet DANiëL de eeuw en nagenoeg het jaar, in hetwelk de Messias zou komen (1).

De Profeet JBZAJA voorspelt de verseh^tting van een groot lteht onder een volk , in duisternis gezeten, welk licht een wonderkind zou zijn , hetwelk stond. gebOreh

(1) Hoofdst. IX: 24—26, voortreffelijk ontwikkeld en aangewezen door A. KLUIT, de zeventig weken van DANlël.

Alhoewel geachte uitleggers, in opzigt tot deze beide voorspeUjttjpD van JACOB en DANlël, in een en ander minder belangrijk punt mogen verschillcn : het gevoelen van verre de meeste stemt daarin overeen, dat in beide deze, den tijd der verschijningen den Messias wordt aangewezen. Dat wij zulk eene tijdaanwijzing in de Schriften de» O. T. vooronderstellen moeten, mogen wij billijk uit vele voorbeelden van dei Heiland» tijdgenoolen, en vooral uit hetgeen wij van den godvruchtigen SIMEOH weten, besluiten. Deze godvruchtige heeft de hooge eer genoten , eene openb&g van God door den H. Geest te hebben ontvangen, deze : » dat hij den dood niet zien zoude, eer bij tJea Christus zoo zien (Luk. ni'fcS)." Daar God geene buitengewone dingen dan om gewigtige reden doet, zoo moeten wij erkennen, dat er lot het doen dezer Goddelijk* openbaring aan S1ME0N eene bijzondere aanleiding zal geweest zijn. Maar welke ? Mogen wij niet vooronderstellen, ook op grond van zijne uitboezeming (vers 29): » nu Iaat gij, Heer! uw' dienstknecht gaatt in vrede," dal deze eerwaardl^Sgrijsaard, alsook de eerwaaiWge Profetesse AHHA <(ïör» '87), die beiden met anderen de vertroosting Israels verwachteden, daarom zal gebeden hebben ? zoodat deze bede, met welke hij welligt sedert jaren , maar nooit vuriger". tdHbgender, aanhoudender zal bezig geweest zijn dan toen, door God verhoord is. Dit zoo zijnde, zoo vragen Wij: op welken grond heeft SIMEOK God zóo ernstig gebeden de komst van den Messias te mogen beleven ? — op welken anderen, dan dat hij zekere tijdsbepaling uit de Schriften kendé, welke naar zijne berekening vervuld, althans nagenoeg vervuld was. Bestaat er dan in de Schriften des O. T. zulk eene tijdsaanwijzing, ÏÊze zullen wij dan wel vooral in beide deze SchrBipfaaHen aantreffen en moeten erkennen.

Sluiten