Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smarten en aan de grootste jammeren onderworpen zoo zijn (1) ; de nood zou bij Hem zoo groot en hoogklimmende worden, dat Hij gelijk zou wezen aan iemand, die de wateren over de lippen komen, die in eene grondelo$&m poel nederzinkt, die door zijn klagen en roepen tot God keest-h en afgemat is, en die meerdere vijanden heeft, welke Bern zonder oorzaak haten , dan de haren van zijn hoofd. Ook zou Hij van Zijne Trienden en zelfs van God verlaten wor den (2); en al deze jammeren , welke Hem; niet van wege Zijne eigene misdaden, maar om de zonden van anderen zouden overkomen , zou Hij met bet taant geduld en met de grootste onderwerping ondergaan tot in den dood, die een verzoenende zou zijn ; terwijl Hij zelf >als een lam ten zondoffer zou moeten gehouden worden (3).

Wat betreft Zijne hooge eer en heerlijkheid, ook deze vermelden dezelfde Profeten niet minder ; en deze zou beginnen en bij toeneming klimmen reeds dan , wanneer Hij.ten diepste zou vernederd zijn: want hoewel men Zijn graf bij de goddeloozen-zou stellen, Hij zelf zou echter bij den rijken in zijnen dood zijn (4). Hij zou uit den dood in het leven terugkomen; »want de Heere zou niet toelaten, dat Hij , de Heilige, verderving zou zien (5)." Zij verzekeren, dat Zijn leven, lijden en sterven de heerlijkste en zaligste gevolgen zouden hebben ; » want alle einden der aarde zouden hetzelve gedenken en zich tot den Heere bekeeren, en alle geslachten der Heidenen zouden voor Zijn aangezigt aanbidden (6)." Hij zou tot het toppunt der allerhoogste eer en heerlijkheid verheven, en door den Allerhoogsten op den troon des beelals geplaatst worden , Hem zou het rijksbewind over den hemel en de aarde in handen worden gesteld (7). Wij

(1) Jez. tlll: 2—5. (2) Ps.tXÏX: 2—5, 9 enz. Ps. XXïï:'Y,~3ea«. (3) Jez. LM: 5, 7. (4) Jez. LM: 9. (5) Ps. XYL 10. (6) Ps. XXIIs 28. (7) Ps. CX: 1—2.

Sluiten