Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorts heeft Hij dit betoond, als Hij , de onbevlekte Heilige, die de magt had Zijn leven af te leggen, zich zeiven Gode aan het vloekhout heeft opgeofferd, en deze daad reeds vroeger had genoemd : » een geven van Zijne ziel, tot een rantsoen voor velen (1) ;" waarom Hij ook door Zijnen voorlooper genoemd en aangewezen wordt, » als het Zam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt (2)en door een' Zijner Apostelen , » eene verzoening voor onze zonden (3)," en door eenen anderen wordt getuigt, » dat Hij christus de Hoogepriester is die, in tegenstelling van den Hoogepriester onder den ouden dag , met Zijn eigen bloed eene eeuwige verlossing heeft aangebragt, ert met deze Zijne ofierhande in eeuwigheid volmaakt heeft degenen die geheiligd worden (4):" waarom dan ook bij Zijnen dood het voorhang des tempels, door de hand des Almagtigen, werd verschenrd (5). Men kan dus in vollen nadruk zeggen, dat Hij eene offerhande heeft daargesteld, die niet behoefde herhaald te worden ; zulk eene , door welke Hij eene eeuwig voldoende verzoening, niet slechts Toor een bepaald volk , maar voor de menschen in het algemeen , heeft te weeg gebragt.

Eindelijk , de Messias zou ook eene Koninklijke waarafeheid bekleeden, en over al de volken der aarde heertféhappij hebben. Heeft de Heere jezüs, daar Zijn Koningrijk niet van deze wereld was, deze verhevene waardigheid al niet, toen Hij op aarde was, in aardsche praal en luister, en in betooning van magt en gezag doen blijken, maar integendeel als een mensch, die geene gedaante of heerlijkheid had, geleefd: zoo heeft Hg evenwel deze Zijne geestelijk Koninklijke waardigheid op eene niet minder krachtige wijze betoond, en Zijne magt en gezag na Zijne hemelvaart, en wel op den eersten

(1) Hallb. XX: 28. (2) Joh, I: 29. (3) 1 Joh. II: 2.

(*) Hebr. IX: 11, 12. X: 14. (5) Matth. XXttL 51.

Sluiten