Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welk mabia zwanger was, dat nog geboren zou worden, ën door hetwelk Hij verlossing en een' overvloed van heil had aangebragt. Deze Profeet noemt dat Kind den Heer van zijnen pasgeboren' zoon, en erkent dat hetzelve die Heilgezant is, van welken de heilige Profeten, die van het begin der wereld geweest zijn , gesproken hebben (1). Johannes, de zoon van dezen Profeet, da voorlooper des Heeren, bijgenaamd de Dooper, opent zijne openbare verkondiging met de betuiging, » dat hij de stem des roependen in de woestijn was (2)," met welke betuiging hij tevens verzekerde, dat zijn Heer en Meester , diao hij vervolgens aanwees jezcs van Nazaretk te zijn ,. die hoogwaardige Persoon en beloofde Messias was, van welken de Proleet jezaja (Hoofdst. XL) heeft voorspeld. De Evangelisten bewijzen door de veelvuldige aanhalingen der Profetische gezegden, welke zij op den Heere jezüs toepassen , dat zij Hem als den Christus erkennen (3). Ook de eerste Christen gemeenten ven* den in jezüs haren Heer, den Messias, in den tweeden Psalm vermeld en omschreven (4).

. Bij deze getuigen kunnen wij de getuigenissen Zijner Apostelen voegen, die allen Hem, bunnen Heer en Meester , jezds Christus noemen. De Apostel petrus betuigt Hem in persoon , zonder dat hij door Hem weersproken wordt , maar integendeel daarop Zijne goedkeuring, ontvangt, » dat Hij de christcs was (5);" welke waarheid hij openlijk voor de Joden verdedigt, met aanwijzing , dat jezüs die groote Profeet was, die Priester zonder voorbeeld en die Koning boven alle koningen, van welken mozes en de Prefeten gesproken, en dien zij

(1) Luk. I: 68, 69, 70, 76. (2) Joh. I: 23. (3) Mallh. Is 22, 23. IV: 13—16. WD: 17. XII: 17—21. XXVI.' 31. XXVII: 9, 35. Mark. XV. 28. Luk. II: 26. XXII: 37. Job. XII: 14—16. XIX: 24, 28, 36 , 37. (4) Hand. IV: 24. (5) Matlb. XVI: 16.

Sluiten