Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God tot een hoofd des hoeks geworden, welke Ps. CXVIH vermeld wordt (1). Door al deze getuigen zijn wij dan volkomen zeker, dat jezüs, de Nazarener, de beloofde Messias, de Christus is.

III.

De invloed, welke deze waarheid op ons hart moet hebben.

Is jezüs de Christus, de door God van ouds beloofde Heilgezant, Redder en Verlosser der menschen, om te herstellen, te verwerven en daar te stellen, wat de eerste mensch voor zich zeiven en als Hoofd des menschdoms voor allen verbroken, verloren en verbeurd heeft; is Hij, naar de getuigenis van den Apostel petros, door God Zonen Vader tot eenen Heer en Christus, tot eenen Vorst en Zaligmaker verhoogd in den hemel, om te geven bekeering en vergeving der zonden (2); is Hij ons, volgens de getuigenis van den Apostel paulüs, van God' geworden wijsheid, regtvaardigmaking, heiligmaking en verlossing (3) \ het is dan de bepaalde wil van God, dat wij Hem in deze Zijne, door Hem geplaatste, verhevene betrekking eerbiedigen , dat is , Hem niet alleen te kennen, maar ook met de daad Hem te erkennen als onzen hoogsten Leeraar, als den Eenigen en volkomen' Verzoener onzer zonden en als onzen Heer en oppersten Koning. Om aan dien wil en dit hoog bevel van God te beantwoorden, moeten wij van onze geestelijke onkunde, dwaasheid en onreinheid overtuigd zijn. Hebben wij die overtuiging ? gelooven wij, op grond van Gods wóórd, dat wij naar onze ziel gelijk zijn aan eenen kranken die niet te

(l) Luk. IV: 17—22. Mallli. XXII: 11—16. XXI: 42—46. (2) Hand. II: 86. V: 31. (3) 1 Kor. I: 30.

Sluiten