Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geenen anderen zin dan in dien, in welken de Hoogepriester deze benaming bezigde, verstaan. Was jezos de eigen, de natuurlijke Zone Gods niet, dan heeft" petros gedwaald, dan zal de Meester hem te regt wijzen; ja Hij zal, ten einde alle wanbegrip omtrent Hem tegen te gaan, dit zelfs dan doen, als de discipel deze betuiging niet dan in den zin verstaat van buitengewoon1 Godsgezant,-van eerstgeborenen aller schepselen. Doet Hij dit?— doet Hij dit nergens, ook hier niet ? Neen! — Hij-bevestigt integendeel het zeggen van petros veel meer, door zelfs de hoogere kennis, welke hij van Hem had, aan eene onmiddellijke openbaring Gods in hem toe te schrijven ; welke petrus in waarheid niet noodig had, om Hem in Zijne hooge waarde als mensch , als gezant en als de verhevenste aller schepselen te eerbiedigen, vermits hij tot dezelve komen kon door zijnen dagelijkschen omgang met Hem en door Zijn onderwijs. Toen deze discipel zich op jezus alwetende kennis, om over de gesteldheid van zijn hart te oordeelen, beriep (1), keurde de Heer dit niet af, maar goed , en geeft tevens — door hem in het Apostelambt te bevestigen — te kennen, dat Hij over zijn hart kon oordeelen en wist, dat petrus Hem lief had, hoewel deze geheel het tegenovergestelde in zijne verloochening betoond had.

Herinneren wij ons eindelijk, ter overtuiging dezer hoog gewigtige waarheid, de daden des Heeren. Stelles wij ons Hem voor in den storm op zee, hoe Hij toen als de Heer der elementen sprak, zeggende: » zwijgt wees stil 1" op welk bevelwoord de loeijende stormwind en de onstuimige zee oogenblikkelijk gehoorzamen (2). Hooren en lezen wij met welk gezag, niet minder dan van God zeiven, Hij de zonden vergeeft, weshalve de Schriftgeleerden en de Farizeën Hem ook van Godslastering be-

(1) Job. XXI: 17.

(2) Mark. IV: 39.

Sluiten