Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, üc geïjdmen 450Ö<«. Ware het dat God gewild had dat ons gansch niets van Zijnen raad bekend zoude zijn, Hij zoude ten eenemaal gezwegen hebben: indien geheel, hij zoude voorwaar klaar en vol de gansche gelegenheid van dien verklaard hebben. Nu Hij heeft gewild, dat wij deze dingen zouden weten, maar gespaard, zooveel als Hij geoordeeld heeft, de maat onzer kleinheid en Zijner eer dienstig te wezen. Dus zeer wijs te zijn, is beide heilzaam en zeker. En voorwaar opdat ik hier des te vrijer moge spreken (waar ik geen partij in kies, en geen tegenpartij in ben, maar een goedwillig vermaner) dat de H. Geest, in de Schrift sprekende, de Regter behoort te wezen van alle verschillen, betwijfelt niemand. Want waar henen zullen broeders, twistende over het regt des erfdeels, loopen, anders dan tot het testament des vaders. En ik zal mij verblijden, dat de H. M. Heeren Staten dezeh weg ingaan, welks resolutie ons herwaarts godzalig en met de hand geleid heeft. Het is ook immers zoo wel bekend, dat die plaatsen der Heilige Schrift, welke iets duisterlijks, of in het voorbijgaan iets schijnen te zeggen, klaarder, en welke met opzet van de zaak zelfs zijn handelende , moeten getoetst worden. En eindelijk moet dit ook elk een bekennen , dat er geen plaats is in beidé de Testamenten, die zoo rond, klaar en met opzet dit hoofdstuk van de predestinatie zoo onderzocht en verhandeld heeft, als die vermaarde plaats die in het negende hoofdstuk van de Romeinen staat. Wel dan mannen ïegters, wilt gij mijnen raad volgen , gebiedt dat beide de twistende partijen, in het kort, klaar en duidelijk verklaring derzelver plaatsen, zonder bedrog, zonder omwegen, den H. Synode met een broederlijke hand overleveren. Een kan het niet wezen, of deze goddelijke i fakkel voorgaande, de waarheid zal zich den Godzaligen en oprechten oogen te zien geyen. Niet boven de vaders, de getrouwe uitleggers der Schrift, die gansch heldere lichten der gemeente zijn geweest. Ja onze koning, onze gebiedende koning Jacobus, onder welken mij dunkt dat de geheele gemeente Gods verheugd is onder alle koningen, naast den eenen

Sluiten