Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en al hun doen verraadt zich als zeer ijdel en onbeduidend, want*zij vragen niet meer dan: Rabbi! wanneer zijl $ij hier gekomen ? voorzeker dat is een sprekend beeld van vele ijverige Evangeliehoorders, maar die inderdaad niet veel- zijn en nog al het wezenlijke missen vs. 25. — Deze ongenoegzaamheid van hunne belangstelling blijkt daarenboven in de tweede plaats uit Jezus eigen mond, naar :Ve.' 26. Als de Heer toch zegt: Voorwaar, voorwaar zeg lk v, gij zoekl Mij niet, omdat gij teekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broeden gegeten hebt en verzadigd zijl. Uit dit woord blijkt het, dat hun zoeken naar Jezus geheel en alleen stoffelijk was, stoffelijk werkte en bedoelde, zoo als helaas de godsdienstigheid van vele menschen maar al te zeer zich kenteekent; de zoodanige is, gelijk de Heer duidelijk doet zien, geheel en al verwijderd van alle geestelijke rigting en werking eu kenteekent ongetwijfeld gebrek aan een wezenlijk, ernstig en getrouw nadenken. — Van daar dat wij dan ook ten derde met blijdschap mogen opmerken, dat onze beminnelijke Heiland 'deze gebrekkige belangstelling in eigen persoon en dadelijk teregt wijst. Naar het 27 vs. zegt Hij toch eerst wat zijne hoorders en wij te vermijden hebben : werkt niet dat is, niet zoo zeer, niet vóór alle andere dingen, niet voornamelijk om de spijs die vergunt, met andere woorden : # laat het aardsche // het tijdelijke, het ligehamelijke niet uwe eenige en voor// naamste zorg en beijvering zijn." Daarna toont Hij, waarop zij en wij vooral letten moesten, namelijk dat men zich beijveren zou tot verkrijging en het genot der spijs, die blijft lol in het eeuwige leven, gelegen in 's Heilands onderwijs, in zijnen hemelschen invloed en in het deelgenootschap aan zijn- persoon, zoo als Hij alles tot redding en zaligheid; van den zondaar is en werkt. Alzoo maakt de Heiland opmerkzaam op de behoefte der ziel, op eene be-

Sluiten