Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijk gezag kwam, maar veeleer als een geschenk en als eeö geeondene des Vaders moest worden aangemerkt; redelyk ook dewijl hetzelve geloof vordert aan woorden, welke de kenteekenen droegen van goddelijke herkomst; redelijk eindelijk, dewijl het geloof vorderde niet slechts aan Hem maar veleer i» - Hem, omdat Hij de algenoegzame Heiland is. Bovendien kunnen wij zeggen, dat dit voorstel van den Heer allezins beschamend was en ook nog steeds onder ons beschamend blijft. Jezus toch had al zoo lang en zoo veel gesproken, doch zij hadden het wel gehoord en bewonderd, maar niet gebruikt; en wat baat het dan als het. alzoo ook onder ons gaat? Opwekkend was dan ook ten laatste dat woord van onzen Heer, om het dan nu ook bij Hem, bij Hem geheel en alleen te zoeken. Dat alleen is zaligmakend en leidt tot ware rust en troost. De zondaar die het bij Jezus leert zoeken, het heilbegeerige hart, dat bij Hem ter school gaat en de geloovige ziel, die Hem aankleeft vindt gewisselijk het leven en zal voor eeuwig een welgevallen van den Heer trekken mogen.

Opmerkelijk en behartigenswaardig is het, dat wij iii weerwil van 's Heilands liefderijk, helder en krachtvol onderwijs, des niettegenstaande vs. 80—33 van hel ongeloof bij zijne hoorders lezen, maar dat Hij zelf dal ongeloof ontwapent en dal dit Hem en zijne zaait tol eer verstrekt. Lezen wij vs. 80 en 31 van het ongeloof ten aanzien van den persoon des Verlossers, dan moge ons dit tot bevordering van onze zelfkennis en van de kennis omtrent vele belijders van het Christendom strekken. Wanneer wij toch opmerken, dat zijne hoorders zeiden : Wal teekenen doel Gij dan, opdat wij hel mogen zien en gelooven ? wal werkt Gij ? onze vaders hebben hel manna gegeten in de woeslyn, gelijk geschreven is: Hij gaf hun het brood uit den hemel te eten; dan ontdekken wij daarin drie dingen: zij zién

Sluiten