Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij gereedelijk en met blijdschap, dat onze Heiland niet nalaat eene volkomene ontwikkeling van den eenigen weg der behoudenis voor arme zondaren te geven. Deze ontwikkeling geeft Hij aan blinde en dwaze stervelingen, in Hem zeiven als den eenigen Redder, door ontdekking des ongeloofs, met aanwijzing van den gebeelen gang der zaken en in vergewissing van de volkomenste zekerheid; hoe vele belangrijke zaken ontdekken wij hier. Voorzeker waar men dit ontmoet, vindt men een volledig Evangelie. Hier toch treffen wij aan eene volkomene ontwikkeling van den eenigen weg des heils, gegeven aan blinde en dwaze stervelingen. Wanneer wij toch vs. 34 van Jezus hoorders lezen : zij zeiden dan tot Hem: Heer! geef ons altijd dit brood, dan ontdekken wij bij vergelijking van het vroeger aangeteekende, dat deze menschen zich al meer en meer van eene ongunstige zijde vertoonen en onwillekeurig openbaar maken, dat bij hen de ware heilbegeerte niet bestond, dat zij veeleer eene dergelijke ijdelheid en iigtzinnigheid vertoonde als de Samaritaansche vrouw, (Joh. 4, 15) en dat de Heer nogtans he», niet losliet, maar voor dezen het geheele Evangelie der genade en der zaligheid openen wilde.

Maar daarom stelde Hij ook, naar vs. 85 den eenigen weg des heils in Hem zélven als in den eenigen liedder, voor, zeggende: Ik ben het brood des levens; die lol mij komt zal geenszins hongeren en die in mij gelooft zal nimmer' meer dorsten. Duidelijk is het, dat Hij zich zeiven voordraagt als den eenigen en algenoegzamen Redder; wat toch het brood is voor het ligchaam en het manna ih de woestijn, dat was Hij in zijn persoon, in zijn onderwijs en door alles wat Hij voor zondaren doen zoude, en dat brood, dat voedingsmiddel bezaten zij, dewijl de Vader het hun gegeven had en alzoo openbaarde Hij zich zeiven in al zijne volheid aan deze tragen van harten en ook aan ons. Dui-

Sluiten