Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den weg des heils. — En hoe ontfermend is het dan, dat onze Heer den geheelen gang der zaken aanwijst, opdat men denzelven weten en kennen zou. Dat immers is het doel van vs. 87. Al wat mij de Vader geeft zal tol mij komen, en die lot mij komt zal ik geenszins uitwerpen. In deze woorden toqh zegt de Heer ondubbelzinnig, wat de Vader doet. wat dit op den zondaar uitwerkt, en hoedanig daarvan het gevolg is, — zegt Hij: Al wat mij de Va' der geeft, dan heeft de Heer duidelijk het oog op het werk van des zondaars begenadiging, hetwelk van God uitgaat; dat. dit werk daarin bestaat, dat Hij den zondaar geeft, dat is toevoegt, en hem leidt tot Jezus, en dat dit een bijzónder werk is, hetwelk hij slechts aan de zoodanigen wrocht, welke Hij den Zoon geven wil. Maar indien niemand van deze gegevenen des Vaders daarvan is uitgesloten, dan zien wij uit 's Heilands woorden ook, wat dit op den zondaar uitwerkt; wanneer Hij zegt: die zal tol mij komen. Wie dus werkelijk tot den Heiland komt is een gegevene, een bewerkte, een begenadigde des Vaders, maar deze leert ook in Hem een1 algenoegzamen en onmisbaren Verlosser zien, zich met heilbegeerte behoeftig tot Hem wenden, geheel en al zijne zijde kiezen en zich op Hem verlaten; onmogelijk kan dit anders zijn, hij zal tot Hem komen. En hoe heerlijk teekent onze Zaligmaker het gevolg van dit alles: en die lol mij komt zal ik geenszins uitwerpen. Indien toch uitwerpen van den Heer zeggen moet, verwerpen, tot straf en ongeluk veroordeelen, voor eeuwig laten verloren gaan, dan bevat deze toezegging het tegendeel in zich. Hij zal de zoodanigen aannemen, met zijnen vrede vervullen en hem zijn heil doen zien. Dat is het deel van eiken gegevenen des Vaders, dat is de zaligheid van allen; die zich naar Jezus wenden, han heil is volkomen en oneindig groot. En

Sluiten