Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zijn bloed niet dronken zij geen leven in eeuwigheid hebben konden; neen, zulke redenen kon hunne trotschheid niet verdragen; dat ergert ook in onzen tijd menigeen. — Nog sterker blijkt de toenemende kracht hunnes ongeloofs ten derde uit de wetenschap en stellige aanwijzing van onzen Heer, zooals wij uit vs. 61 — 63 zien. Immers wist en doorgrondde de Heer al het ontevreden morren dezer menschen, hetwelk daarom des te sterker van het snoode hunnes ongeloofs getuigde, daar Johanrfes uitdrukkelijk schrijft, dat Hij dit bij zich zeiven wist, en dus voor Hem als den Alwctenden naakt en openlag. Immers sprak dit des te sterker, daar Hij, dat wetende en doorgrondende, echter nog van eene meerdere openbaring zijner aanstaande heerlijkheid gewaagde: ergert ulieden dit ? wat zou hel dan zijn zoo gij den Zoon des menschen zaagt opvaren daar hij te voren was? opdat zij bij de grootheid en heerlijkheid zijner hemelsche afkomst en zijner toekomende majesteit zouden bepaald worden: en daar Hij er tot opheldering aan toevoegde, dat zijne woorden niet eigenlijk maar geestelijk en tol hunne ware levensbevordering moesten worden opgevat, daar toch het vleesch het uitwendig en ligchamelijk bezit van zijnen persoon en het gebruik van zijn vleesch en bloed hun, op zich zeiven beschouwd, nimmer ten nutte komen kon en zij dus liever dien Geest moesten zoeken, welke geheel en al levend maken kan. Voorzeker als hen zulk eene rede niet ontnuchtert en hen geenszins ontwapent, dan rijst hun verwaten en Godtergend ongeloof al hooger en hooger ten top. -— Maar dat ziet men dan ten vierde nog sterker uit de nadere en opzettelijke ontdekking door onzen Heer daartoe naar vs. 64 en 65 aangewend. Uitdrukkelijk toch lezen wij vs. 64a als door Jezus tot hen gezegd: maar daar zijn sommigen van ulieden, die niet gelooven, zoodat zij

Sluiten