Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏÏJu

Kil toe zich geroepen hebbende de schare niet zijne discipelen, zeide [lij tot hon: zoo wie achter Mij wil komen, dio verloochenc zich zei ven, 011 neme zijn kruis op en volge Mij.

Mare. 8: 34.

Naarmate het leven van onzen Zaligmaker op aarde ten einde spoedde, naar die mate nam de vijandschap zijner tegenkanters en de donkerheid voor zijne aanhangers toe. Was er trouwens van het Paradijs af vijandschap aan de zijde van het rijk ; der duisternis aangekondigd, dan kon men vooral in dien tijd wel niet anders dan vervolging en strijd verwachten en dan z'ijn 's Heihmds dagen en deiApostelen tijden tot spiegel en. leerbeeld, wat men in den strijd der Kerk en ook van onze eeuw te wachten hebbe. Van belang was het daarom, dat onze heer-zijne hoorders en volgelingen, en daarbij ook ons, op zulke zaken en uitkomsten opmerkzaam maakt, ah? daarmede in een onafscheidbaar verband staande en die voor Zijne Kerk ten zegen verstrekken kunnen. Tot dat einde maakt Hij allereerst opmerkzaam op de kenmerkende karaktertrekken van Jezus ware onderdanen, waarop wij in dit vertoog ten onze nutte onze aandacht vestigen willen.

3

Sluiten