Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellige aanwijzing van de vrijwilligheid, welke Hij in zijne dienst verlangt. Onze Heer dwingt niemand tot zijne dienst, zelfs de genadeleiding,van welke Hij gewaagde en ook later zijne, jongers telken» spreken, is geen. dwang maai- een.lokkcn, een gewillig maken, zoodat het ten laatste een kiezen .uit eigen .beweging wordt. Dat immers is een Heer • waardig, die van menschen handen niet gediend wordt als iets. behoevende;! een Heer waardig, die zijné, menschen tot redelijke wezens heeft gemaakt en hen redelijk lokken, leiden en dringen j wil; een Heer waardig, die eenmaal een Tegtr, vaardig vonnis .over allen vellen zal. Als Hij ondetiidft schaar en tot ons roept: zoo iemand achter 31 ij wil komen, zoo verlangt Hij dat wij vrijwillig kiezen zullen, dat het onze eigen wil zal worden, achter Hem te komen, dat wij het waarlijk verlangen, zullen. Wie héb, dus niet verlangt, die - moet het niet doen; die volge vrij zijn eigen, zin en keus, maar zie dan ook toe, wie het is, dien men versmaadt,- én van welk eene zaligheid men zich moedwillig uitsluit. Indien wij. dus gevoelen dat ónze wil is overge* bogen naar dén Heer,', naar: zijne gemeenschap en naar zijne dienst, dan mogen wij dat niét alleen' aan Hem zeiven en zijne krachtdadige génadeleiding toekennen,; maar dan moeten wij het ook niet nalaten dadelijk dit te doen, dewijl de Heer zelf ons daartoe vrijheid geeft en zijn verlangen uitdrukt,- dat wij dit ook volbrengen;zullen.

In Zijn:woord ligt eindelijk eene opwekking tot dadelijke beslissing, welke Hij van ons éischt. Onze Heer erkent niemand voor Zijnen discipel die de .opgenoemde karaktertrekken mist. Zijn- mond heeft het verklaard. Zijn eisch is dus uitgesproken, de vraag komt daarom tot een iegelijk onzer. Betoonen wij nu in waarheid discipelen en discipel innen van onzen Heer te zijn? heeft dit alles bij ons plaats? wordt dit alles in ons gevonden? Hier geldt

Sluiten