Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rigte onze Heer niet zelden en ook ditmaal zijne rede. Op dit alles doelende had Hij reeds naar vs. 34 gezegd, dat elk die achter hem verlangde te komen, en zijne zijde wenschte te kiezen, op zelfverloochening, op kruisdragen en op een onbepaald volgen van zijn persoon, ook in den lijdensweg, rekening maken moest en die zelfde eisch staat ten allen tijde onwrikbaar vast. Om die zelfde reden en door een redengevend want aangedrongen, had de Heer naar vs. 35 over winst en verlies bij ware en valsche berekering in zijne dienst gehandeld, opdat de keus voor het ware, wezenlijke en eeuwigdurende meer en meer zou beslist worden, en velen uit welberekend belang Hem en zijne dienst zoeken en aankleven zouden. En als Hij er dan in vs. 36 en 37 de dubbele levensvraag bijvoegt en die andermaal door een redengevend want aanklemt, spreekt Hij dan niet regtstreeks tot het hart van zijne tijdgenooten en van ons, en wordt dan niet elks nadenken en belangstelling daardoor opgewekt.

Met opzet en doel stelt de Heer deze dubbele levensvraag voor. De eerste vraag: Wat zou het den mensch baten, zoo hij de geheele wereld won en zijner ziele schade leed F is niet alleen zeer sterk maar ook beslissend. Hier toch staat des menschen leven of onsterfelijke ziel, als zijn kostbaarst bezit, tegen over de geheele wereld en moet het zigtbaar groote tegenover het schijnbaar kleine wijken; hier ontvalt eene in het oog loopende onbeperkte ruimte voor het onzigtbaar en dikwerf zoo laag geschatte en zoo weinig gewaardeerde allerbeste; hier beslist op eenmaal en voor altijd eene vraag de allergrootste aangelegenheid, zoodat er geen twijfel noch twist meer resten ■ kan. Voorzeker dat is eene ware levensvraag, die doordringt, beslist en overtuigen moet in den grooten strijd. En moeten wij dan in de andere vraag: wat zal een mensch ge-

Sluiten