Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verblind is, onze wil verkeerd en onze wandel ten eene male zondig. — Ja, voor zeker, eene zaak van de hoogste aangelegenheid is de lossing onzer zielen, dewijl die ziel voor de eeuwigheid geschapen is. Dat is de grootsche en heerlijke aanleg van het menschelijk leven, dat wij hetzelve ontvingen om nimmer te eindigen. Niet geformeerd om te sterven, maar om eindeloos te leven, zoo is de dood door de zonde tusschen beide gekomen, en zelfs de ziel, dat edel en goddelijk deel, hoewel in zich zelve onsterfelijk, is voortdurende aan den geestelijken en eeuwigen dood, aan allerlei misvorming en rampzaligheid onderworpen en dat voor eeuwig. Kostelijk is daarom de redding van zulk eene eeuwige lossing, die tot de grootste en heerlijkste zaken in het gansche heelal behoort.

Maar is de dubbele levensvraag, in 's Heilands woorden vervat, van rijke beteekenis, uit kracht van het hooge belang van de lossing onzer zielen zelve, niet minder ook, dewijl zij volslrekt onmogelijk is. Wat zal iemand geven tot lossing zijner ziele? deze vraag toont de onmogelijkheid aan der menschen zijde. Wij zeiven kunnen ons geweten, het geweten der zonde niet stillen. Altijd heeft dat geweten zijne regten, het Spreekt (e midden van ons zondig bedrijf, het beschuldigt, het klaagt ons voor onze eigene regtbank aan en het is door niets te stillen. Jaren lang kan het wel zwijgen, wanneer het misleid, verdonkerd en krachteloos gemaakt wordt, maar in Jozefs broeders zien wij dat het eindelijk onder den drang van het Godsbestuur deszelfs regten herneemt en zelfs ons doet uitroepen: //voorwaar God brengt onze zonden in gedachtenis!" ja zelfs ontdekken wij in Adonibeaek, dat het geweten ons noodzaakt, God te billijken en te regtvaardigen, daar deze wreede vorst moest verklaren : zeventig ^Koningen met afgehouwen duimen dan handen en voeten waren on-

Sluiten