Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

Voorwaar zeg ik u, indien gij u niet verandert en wordt gelijk de kinderkens, zoo zult gij in het Koningrijk der hemelen gcenzins ingaan.

Matth. XVIII: 3.

Indien onze Heer deze woorden gesproken had tegen trotsche en waanwijze Parizeen of andere lieden van deze wereld, zoo zouden wij ons daarover niet bevreemden, maar nu Hij dezelve sprak tegen zijne Apostelen, die door zijnen Geest geheiligd, reeds drie jaren onder zijne bijzondere bearbeiding hadden gestaan en tot zijne geloovige dienaren waren gevormd, nu mogen wij, wier keuze de dienst des Heeren is, zulk eene uitspraak wel dubbel en dubbel bebehartigen. Zij is voorzeker streng en gewaagt, ook voor ons, van een niet ingaan in hel Koningrijk der hemelen, zij dringt ons dus ten sterkste en wekt ons geheel en al uit den slaap van eene zorgelooze gerustheid en achteloosheid, in welke de vriend van Jezus wel zinken kan en echter niet zinken mag. Op de discipelen ziende willen wij daarom ook aan ons zeiven denken en ter harte nemen, wat de Heer thans tegen ons zegt.

Sluiten