Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het schijnt dat de Kerkeraad van Batavia zich allengs een zekere meerderheid boven andere Indische Kerkeraden had aangematigd. Althans reeds kort nadat deze Kerkeraad Predikanten als Kerkvisitatores naar de Buitengemeenten afzond, was er door de Regering bepaald, dat de Buitengemeenten ,pok het regt zouden hebben om van tijd tot tijd Kerkvisitateurs naar Batavia te zenden, opdat de Bataviasche Kerkeraad niet schijnen mogt eenig meerder gezag te hebben dan die van andere gemeenten. Hierom vorderde de Regering ook dat de Buiten-predikanten, tijdelijk te Batavia zich ophoudende, eene concluderende stem zoüden hebben in de zittingen van den Bataviaschen Kerkeraad, -terwijl deze 'Kerkeraad hun alleen eene adviserende stem wilde toekennen. Dit geschil werd eindelijk vereffend door de bepaling, dat gezegde Buiten-predikanten in zaken, de Indische kerk in algemeen betreffende, eene concluderende stem zouden hebben, doch slechts eene radende of adviserende stem in zaken, die de gemeente van Batavia aangingen. Intusschen werd over alle in de Buitengemeenten , ten aanzien harer Predikanten of met opzigt tot hare kerkelijke aangelegenheden, voorvallende gebeurtenissen en moeijelijkheden steeds door de Regering het Advies gevraagd van den Kerkeraad te Batavia en doorgaans volgens dit Advies beslist. Hieruit volgde van zelfs, dat de Kerkeraad van Batavia van lieverlede tot grooter gezag en aanaien geraakte, en als het ware eene suprematie erlangde over alle andere Indische gemeenten, dermate zelfs dat reeds in 1702 de Bataviasche Kerkeraad als eene Klassis of Synode kon beschouwd worden*

In 1705 werd de Ambonsche Predikant J. van der

2

Sluiten