Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dige verplaatsingen, waaraan de Indische Leeraars onderhevig waren, en deels ook doordien de Predikanten , die, na volbragten diensttijd in Indië, naar Nederland wederkeerden , zich altijd te Batavia inscheepten- Immers tot heden toe wap het steeds gebruikelijk, dat de naar OoqtIndi.ë vertrekkende Predikanten zich slechts voor 10 jaren, en de Krankbezoekers zich slechts voor 5 jaren verbonden.

Deze bepaling werd door de Indische Regering stiptelijk nagekomen, maar ook de Predikanten hadden vaak weinig lust, om langer dan den tijd, waarvoor ze verbonden waren, te blijven, of, zoo als het toen heette, een tweede verband aan te gaan. Nogtans waren er vrij vele uitzonderingen, waaronder vermelding verdient de Predikant J. op den Akker, die sedert 1679 te Ceylon, Jaffanapatnam en Colombo, en sedert 1688 tot 1731 te Batavia het Leeraars-ambt bij de Portugésche gemeente bekleedde, en in den hoogen ouderdom van ruim 88 jaren stierf.

In 1730 werd het getal Predikanten voor Oost-Iniië, hetwelk in 1697 en 1698 op 28 bepaald was, met nog 6 Leeraars vermeerderd en dus gebragt op 34.

In 1731 deed de Predikaut J. Wenting, van Ambon te Batavia gekomen, eene Dienstreis naar Samarang. Gewoonlijk werd er steeds veel zorg door den Kerkeraad van Batavia betoond, om de kerkelijke Rapporten der in bezoek of Visitatie afgezonden Leeraars te verzamelen, en om gedurige briefwisseling te houden met de Nederlandsche Kerk en de Buitengemeenten der Indische Gewesjen. In den regel echter waren de Kerk-rapporten zeer onbeduidend, en hielden slechts in het getal Gedooplen, endergenen die tot Ledematen waren aangenomen , benevens het getal vervulde Predikbeurten, en hoe dikwijls het Heilig

Sluiten