Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezonden naar Solé, Sonnébeij en Soleij (op Timor), wier vorsten hiertoe verzoek gedaan hadden, als gezind om met hunne fami'lïën tot het Christendom over te gaan.

In 1743 werd er een Krankbezoeker benoemd voor Toegoe en een voor Passaroeang, *n deed de Bataviasche Predikant, W. F. Faber, een bezoekreis naar Cheribo», Tagal, Samarang, Japara en Soerabaiju.

Het aantal vaste Predikanten, die in 1743 te Batavia werkzaam waren, bestond uit 10 Leeraars.

Tn 1744 werden ier voor de eerste maal Krankbezoekers op de veldeöhansen Umgerang en Tandgong-poera, en ook een te Soerakarta, geplaatst.

In dit jaar werd aan den Landdrost der Bataviasche Ommelanden, Justinne Vinck, toegestaan, om voor eigen rekening eèn steen en kerk te bouwen voorde Inlandsohe Christenen, die bij de rivier Toegoe, op Groot Maroenda, èn 'te Tjeliritjing woonden. De kerk van Toegoe was namelijk in 1740 reeds totaal vervallen en onbruikbaar geworden. De nieuwe kerk nu werd in 1748 op den 2^ Julij ingewijd door den Predikant der Poriugésehe gemeente te Batavia, J. M. Mohr. Tevens werd er een Krankbezoeker te Toegoe aangesteld, en kort daarna heeft deze plaats alle 3 maanden een kerkelijk bezoek >van een' Predikant van-Batavia ontvangen, en werd het Nachtmaal viermaal 'sjaars in hare kerk bediend.

In hetzelfde jaar (1744) werd de Predikant van Batavia, G. Piekenbroek, naar Sumatras Westkust in kerkelijk bezoek gezonden, gelijk hij in 1745 naar Bantam werd afgevaardigd.

Omstreeks dezen tijd werd te Batavia ter perse gelegd

Sluiten