Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In datzelfde jaar werden de Evangelische gezangen te Batavia en Samarang tot kerkgebruik ingevoerd.

Uit een aan het Gouvernement in 1817 door den Kerkeraad van Batavia ingediendeu Slaat blijkt, dat er toen te Batavia 1838 Hervormde Christenen waren, behalve nog 735 lèdematen der kerk; — te Depok 1.68 Christenen met 5 ledematen; en te Toegoe 161 Christenen roet 12 ledematen. Ook blijkt het uit dien Staat, dat er voor den opbouw eener Nieuwe kerk in den omtrek van Weltevreden reeds in 1811 eene aanzienlijke som gecollecteerd was, welke som in 's lands kas bewaard werd; — en tevens dat er in al de Bezittingen, die door het Engelsch bewind aan het Nederlandsch gezag waren teruggegeven, slechts 4 of 5 Predikanten waren, terwijl er van de Krankbezoekers, die vroeger in grootengetale uit Nederland gezonden werden, en als Katêchiseermeesters en voorlezers in de gemeenten dienden, in 1817 nergens meer een enkele werd aangetroffen.

Tegelijk met de inzending van dezen Staat, werd ook door den Kerkeraad van Batavia aan de in 1817 benoemde Provisionele Kommissie voor de zaken der Protestantsche kerk in Oost- en West-Indie te '# Gravenhage over den nood der Oost-Indische kerk geschreven en dringend om hulp verzocht, terwijl de Kerkeraad tevens in dit jaar van de komst in Indie van Professor C. G. Beinwardt, als Directeur voor de zaken van Landbouw, Kunsten en Wetenschappen, gebruik maakte om voor de belangen van het Onderwijs der jeugd het noodige voor te stellen en tot stand te brengen.

In 1819 werd de Predikant van Batavia G. van den Bijllaardt gezonden naar Samarang, van waar de Pre-

Sluiten