Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Krankbezoekers in de Bataviasche gemeente op zes bepaald. In het vorige jaar waren er 5 Zendelingen uitgezonden van wege het nog pas opgerigt Zendelinggenootschap te Rotterdam, namelijk O. J. Hellendoorn, hl. N. Buttenaar, R. Reijnt le Bruijn, J. Finn en J. C. Jungmichel, waarvan de eerste naar Padang gezonden werd, de 2de naar Makasser, de 3de naar Menado, de 4de naar Banda, en de laatste naar Ternate. — Kort hierna werd te Batavia opgerigt het NederlandschOost-Indisch-Bijbelgenootschap, en het Javasch- medewerkend-Zendeling-genootschap.

Voor eenige Ambonsche Christenen, welke, wegens den opstand te Saparoea in 1817, naar de Preanger-Regentschappen op Java gebannen waren, werden in 1820 door den Kerkeraad van Batavia eenige Maleische Psalmboeken afgestaan.

In gezegd jaar 1820 werd er eeue Kommissie benoemd tot de zamenstelling van een Maleisch Woordenboek, van welke Kommissie de uit de Molukkos teruggekeerde Predikant van Samarang, B. Lenting, lid werd.

In 1821 werd aan den Predikant van Batavia, J. Roorda van Fysinga, opgedragen het doen eener kerkelijke dienstreis in de Westelijke afdeeling van Java, en hem tevens eene missie opgedragen als Kerkvisitator naar Makasser en de Moluksche Eilanden.

In 1822 werd er bepaald, dat de Correspondentie van alle Hervormde Kerkeraden in Nederlands Indie met de, bij Koninklijk besluit van 7 December 1820 n°. 113,

Sluiten