Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dit jaar werd er, volgens Koninklijk Besluit d. d. 11 December 1835 , n°. 88, eene Klassificatie vastgesteld der Indische Predikanten en Pastoors, en zulks in den geest van een Besluit der Indische Regering, d. d. 4 October 1810. Krachtens gezegd Koninklijk Besluit werden de Indische Predikanten en Pastoors verdeeld in 3 klassen, wordende aan die der l1** klasse een hooger traktement verleend dan aan die der 2de klasse, en aan die der £de klasse weder een hooger honorarium dan aan die der 3de klasse. Tengevolge daarvan werden ook de Standplaatsen in 3 rangen verdeeld. Batavia, Samarang, Soerabaija en Amboina werden standplaatsen van den l**6" rang, en de overige plaatsen van den 2den en 3den rang. — Het geheel getal Predikanten voor Oost-Indië werd bepaald op 16, waarvan er 7 zouden zijn van de lste klasse, desgelijks 7 van de 2de klasse, en 2 van de 3de klasse. De Predikanten der 3de.klasse zouden bestemd zijn tot Reizende Predikanten en dus geen vaste standplaatsen hebben.

In 1837 deed de Bataviasche Predikant Dr. S. A. BuddingJt eene dienstreis naar Bantam, Krawang, Buitenzorg, de Preanger-Begentschappen en Cheribon, en werden bij die gelegenheid voorbereidende maatregelen genomen tot stichting van twee, voor Protestanten en Katholieken gemeenschappelijke, kerkgebouwen te Buitenzorg, en te Serang, hoofdplaats der Residentie Bantam. Dezelfde dienstreis werd in 1838 door den Bataviaschen Predikant Dr. W. R. baron van Hoëvell herhaald, met uitzondering van de Residentie Bantam.

Laatstgemelde Predikant was de eerste, die na het jaar 1808 als Predikant voor de Maleische gemeente-werd aangesteld , t. w. in 1837, — hebbende de Predikanten B. Lenting sedert 1819 en N. Pluim Mentz sedert 1832 voor deze ge-

Sluiten