Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roeang, Bezoekie, Kedirie, Madioen en Madura, en de Predikant van Samarang, C. P. Lammere van Torenburg, naar Japara en Rembang , terwijl de Bataviasche Leeraars de gemeenten te Bantam, Krawang, Buitenzorg, iePreanger-Regentschappen en Cheribon bezochten.

De gemeenten in de Residentiën Bantam en de PreangerRegentschappen ontvingen in dit jaar van de Bataviasche gemeente het 'noodige kerkelijk Zilverwerk in leen, ten einde bij de Doop- en Nachtmaals-vieringen gebruikt te worden, ter gelegenheid dat de Leeraars van Batavia die Residentiën kerkelijk zouden bezoeken. Zoo ontvingen ook vroeger de gemeenten van Bepok en Toegoe, en later (in 1842) de gemeente van Cheribon, van de Bataviasche gemeente ter leen of ten geschenke, hetgeen bij de bediening van Doop en Avondmaal vereischt wordt. Op gelijke wijze werden ook de gemeenten van Menado en Ternate in 1881 en 1832 door de gemeente van Batavia bijgestaan, doch tegen betaling der getaxeerde waarde.— Het blijkt hieruit, hoe overvloedig de gemeente van Batavia in der tijd voorzien was van Zilverwerk voor kerkgebruik. Zulk een' voorraad had ze meerendeels aan giften of geschenken van gemeente-leden te danken.

In dit jaar (1839) begonnen de Predikanten in de herderlooze gemeenten, welke zij in dienst bezochten, Kerkelijke Gecommi;'teerden aan te stellen, aan wie de gemeente hare belangen kon voordragen, ten einde ze bij de Predikanten of bij de Kerkeraden der Hoofdgemeenten te behartigen , en die tevens belast waren om het Nachtmaalszilver enz. in bewaring te nemen, Registers aan te leggen der gemeente en harer ledematen, Doopboeken te honden, en verder den Leeraar bij zijne komst in alles té

Sluiten