Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kanten van Batavia, Leden des Kerkbestuurs, F. U. van Hengel en J. J. Scheuer.

Tot dus verre was het gebruikelijk, om telken jare de autorisatie te verzoeken van het Gouvernement voor de gewone jaarlijksche Dienstreizen der Predikanten ; doch in 1851 bepaalde de Regering, dat de respective Kerkeraden gemagtigd zouden zijn om voortaan die reizen te doen plaats hebben overeenkomstig de Regeriugs-besluiten, waarbij in 1850 gezegde reizen waren geregeld, en dus zonder nadere goedkeuring van Gouvernements-wege.

Verder werd door het Kerkbestuur in het jaar 1851 aangedrongen op eene vermeerdering van nog twee Predikanten, ten einde te kunnen voorzien in de behoefte der gemeenten te Menado en te lernate, welke beide gemeenten tot dus verre bediend werden door twee Zendeling-Leeraars, met den titel van waarnemende Leeraars. — Desgelijks deed het Kerkbestuur in 1852 een voorstel, strekkende om nog éénen Predikant uit Nederland te doen uitzenden, ten einde dezen te bestemmen voor de gemeente te Salatiga en Ambarawa.

Voorts werden er in dit jaar te Bonthain en Boelecomba, in het Gouvernement van Makasser, twee Zendeling-Onderwijzers geplaatst, uitgezonden door het Nederlandsch Zendeling-genootschap te Rotterdam. — (Reeds in 1845 was er een voorstel door het Kerkbestuur gedaan , om in gemeld Gouvernement een' Zendeling-Onderwijzer te plaatsen, in welk voorstel echter toen niet kon getreden worden.) De Regering deed alsnu (1851) de noodige gelden beschikbaar stellen tot den opbouw van twee lokalen, geschikt tot woonhuizen voor de bedoelde Zendeling-Onderwijzers, en tevens tot het houden der School en der Godsdienstoefeningen.

Sluiten