Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«onder de zonde zelve te kennen , gedragen heeft, even zoo hebben de geloovigen wel den dood, maar niet als straf, niet als bezoldiging der zonde te ondergaan.

i° Bij den Christü* is de doodals straf zonder de zonde;

2° bij den geloovigen is de dood als gevolg der zonde zonder de straf;

3° bij de goddeloozen is de dood en als gevolgen als straf der zonde te beschouwen.

C. Vervolgens haalt men het voorbeeld van Moses en AUron aan (Num. XX: 12 , 24. XXVII: 12 , i4. Deut. XXXn : 48 , 52. XXXIV : 1, 4)- Daar wordt aan Mozes en A'aBON als een straf voor hunne overtredingen opgeleid , dat zij aan de grenzen van het beloofde Land sterven zouden : Hoe zal men nu hiermede kunnen overeenbrengen een dadelijk genot van zaligheid na den dood? dit sterven immers zou dan geen straf maar grooter genot zelfs zijn dan wanneer zij Kanaan hadden mogen ingaan. De gevolgtrekking is geheel verkeerd daar men twee kringen verwart. Voor hem , wien na een langdurige en vermoeijende reis een rusten in een vruchtbaar en gezegend land te wachten stond en beloofd was, is in dien kring het gemis van dat genot, het niet vervuld worden dier beloofde en gewenschte zaak , een berooving van een zegen , ook dan als de ziel in een hooger kring , tot een hooger genot geroepen wordt. Stellen wij eens een geloovigen op het punt staande van in den echt te treden met eene zielsvriendin, met welke hij een gelukkig leven voor oogen heeft , wordt plotseling door den dood weggenomen , zal niet elk , hoe ook zeker dat de afgestorvene de zaligheid geniet, zijn wegnemen als zoodanig als een jammer aanschouwen ? Stelt niet de Schrift de verlenging van het leven als een zegen ? Spreekt Paulus niet, van de belofte die aan het gehoorzamen der ouders verbonden is — opdat uw leven verlengd worde op aarde , terwijl hij op

Sluiten