Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene andere plaats het sterven als gewin beschouwt. Hoe nu die twee plaatsen te zamen te rijmen. Immers de zaak is duidelijk, zoo men maar de twee kringen niet verwart. Ten opzigte van het afbreken van het tijdelijk leven , Waarin men alleen onder de menschen den Heere kan verheerlijken en zoo zijn Koningrijk uitbreiden , is de dood een malum quid , maar ten opzigte van bet individu, van den geloovigen zelve is hel gewin.

D. Maar de Schrift spreekt overal van den dood als een slaap. God zelf noemt den toestand , waarin Moses komen zou een slapen. (DeufTXXI 16) en evenzoo op zoo vele andere plaatsen van het O. T. als 2 Sam. VII: 12. — Ps. XIII: 4. LXXVI: 6. Jes. LI: 39, 57. Dan.XII: 2. — En nu vraagt men , is de slaap des ligchaams een staat van bewusteloosheid, hoe dan te ontkennen dat zoodanig ook de dood is ? Maar die gevolgtrekking gaat ook volstrekt niet door , daar het substratum in de vergelijking van nature verschilt. — De slaap wordt genoemd een staat van bewusteloosheid , maar in welken zin ? Kenlijk om ons te kennen te geven dat het ligchaam niet meer ontvangt de van buiten inkomende indrukken noch op dezelve terugwerkt: het is dus de suppressie van de werkzaamheid naar buiten maar niet die van binnen : maar de conscientia sui staat ten opzigte van het leven en de werking der ziel gelijk met het leven en de werkzaamheid des ligchaams wat het inwendig (organisch) leven des ligchaams betreft en deze , wel verre van bij den slaap gesupprimeerd te zijn , zijn sterker in werking dan in den wakenden toestand. Bloedsomloop, ademhaling , voeding al wat tot het inwendig organisch leven des ligchaams behoort, zijn en blijven in eene verhoogde mate werkzaam in den slaap, daar de suppressie van 't geen tot de werkzaamheid van het leven naar buiten behoort, het eenige 15 dat eigenlijk den toestand des slaaps uitmaakt.

Sluiten