Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houding des slaaps , in hunne graven Tuitgestrekt en even als bij de gewone ontwaking, zoo nu bij gelijkenis bij de opstanding opgewekt of ontwaakt genoemd worden ; maar wat heeft dat gemeen met den staat hunner zielen ? of zijn ook dié mede in 't graf eerst uitgestrekt als het ligchaam en toen, even als dit, opgewekt? Het is zoo, Hand. VII: 60 bij den dood van Stephanüs lezen wij en hij ontsliep: maar is hieruit bij mogelijkheid op te maken en zijne ziel ging inslapen? het tegendeel blijkt, want hij had een oogenblik te voren gezegd, Heere Jezus ontvang mijnen geest — dus moet het ontslapen blootelijk op 't ligchaam, het elementum aooftóitixov zien en dat nog wel in een oneigenlijken zin , als nemende hétzelve aan de gestalte, de gedaante , het beeld des slaaps — of wil men , het woord , hij ontsliep, ziet op de personaliteit van Stephanüs ï hij, Stephanüs, ontsliep , maar zijne ziele bleef regt wakker. Daar ligt zelfs in de vorming van ons woord ontslapen 't tegendeel van inslapen , een wakker worden. Men houdt het echter gewoonlijk voor inslapen bijv. 1 Cor. VII: 3o> XI: 3o.XV: 6, 18, 20, Ui 1 Thessal. IV: i3, 14, i5. 2 Petr. III: 4- Maar men zal in alle die plaatsen ontwaren dat het woord ontslapen even zoo op ' t ligchaam ziet en niet op de ziel als ,topgewekt worden bepaaldelijk de opstanding des ligchaams en met den toestand der ziele aanwijst.

Maar men gaat verder. Waarmede troost Paulus , zoo vraagt raen , de Thessalonicensen wegens den dood dergenen die in Christus gestorven zijn? dóet bij dit door de gedachte optewekken, dat hunne zielen reeds gelukkig en zalig waren ? neen, maar door hen op den dag der opstanding te wijzen. Maar hieruit volgt dan , zoo redeneert men al verder , dat hij stilzwijgend aanneemt en bevestigt he* gevoelen, dat diezielen na den dood der personen, in eenen bewusteloozen toestand zullen liggen tot den dag der opstanding. » Geheel onjuist: en de rede of grond van-deze on-

2

Sluiten