Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat sommige , ja vele gesteld hebben dat de ziel des geloovigen dadelijk in den Hemel wordt overgevoerd, dat is in den staat der hoogste gelukzaligheid en vergelding, en omgekeerd die des goddeloozen in de helle, is niette ontveinzen , doch wij hebben reeds bij den aanvang ons tegen dit gevoelen verklaard — maar kunnen de door deze aangegevene gronden niét geldig verklaard worden om hun gevoelen te bewijzen, zij knnnen voorzeker strekken tot een bewijs van ons gevoelen , namelijk van onmiddehjk zaligheidsgevoel in de ziel der afgestorvene geloovigen en tot een tegenbewijs van het gevoelen van hen die den tusschenstaat een staat van bewusteloosheid en werkeloosheid noemen. Laat ons dit nader uiteen zetten.

i° Luc. XVI: i9 , 3i. De gelijkenis (of zoo als andere willen , de geschiedenis , omdat, volgens hen , het iets geheel eenig in zijn soort zou zijn , dat in eene gelijkenis een persoon bij name genoemd wordt) (*) van den rijken, man en Lazarus , leert ontegensprekelijk dat de geloovige Lazarus na zijn dood gelukkig (en hoe dit te verstaan zonder bewustheid ?) de ongeloovige rijke man ongehfe kig is _ meer behoef ik uit deze gelijkenis niet te halen. Maar dat is ook genoegzaam om mijne thesis te bewijzen — gelukkig is de ziel des geloovigen dadelijk na den dood en bewusteloosheid sluit het gevoel van geluk volstrekt uit.

2° Luk. XX: 38. God is geen God der dooden maar der levenden, daar zij allen Hem leven. Neen, zegt men hieruit volgt volstrekt niets tegen onze stelling ; immers wij zeggen niet dat de zielen in den tusschenstaat dood maar werkeloos en bewusteloos zullen zijn even als in den slaap de ligchamen , die dan toch wel leven ; daarenboven ziet men duidelijk uit het verband, dat de Heere zich

eSleLwT* KerkvadePen 00k C"™« hielden dit verhaal voor

1,1 ^ ,T e° Die' V°°r ~»*Mik«i*: «•»Me Mjnebovengemelde verhandeling de Psychopannochia.

Sluiten