Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerlijkheid door een woonstede uit den hemel, waarmede de geloovige verlangt bekleed of overkleed te worden, te verklaren; men zou toch zeggen, dat hier niet zoo zeer eene opstanding, opwekking uit het graf, maar veeleer een nederdaling uit den hemel van het overdeksel, de woonstede uit den hemel bedoeld wordt en men zou m deze laatste opvatting zeer wel tot het gevoelen kunnen komen, dat de Apostel ons de in Christus ontslapene ziel voorstelt als zullende dadelijk na den dood met een zeker hemelsch, aetherisch omhulsel uit den hemel, dat is uit de geesten-wereld, bekleed worden in tegenstelling van den tabernakel of aardschebeneden-wereld, waaruithetaardsch omhulsel (het sterflijk ligchaam) is. Volgens deze onze veïklaring zou het huis dezes tabernakels beteekenen het stafö'k omhulsel der ziele or deze wereld , terwijl het gebouw, het huis in de hemelen, de woonstede uit den hemel, dan als daar tegenover staat en dus het geestelijk, aetherisch omhulsel der ziele £ ovqccpov uit de hemelsche gewesten, een woonstede uit den hemel, uit den aetherzou beteekenen. Daarom zuchten wij in dit grove omhulsel van onze ziele die door de stoffelijke banden in hare vrije werking belemmerd is,maar na den dood, dat is na de ontbinding, verkrijgt ze een luchtig en welligt licht-omhulsel dat de ontwikkeling van haar Inwendig leven niet zal tegenstaan , terwijl eenmaal bij de opstanding, ook een geestelijk ligchaam met haar verbonden wordende , ook de ontwikkeling of werkzaamheid van haar uitwendig leven zal begunstigen. Op deze wijze deze moeijelijke plaats verklarende, isTü ter bevestiging van ons gevoelen van zaligheids-genot en dus met bewustheid en werkdadig bestaan, die de ziele der geloovigen dadelijk na de ontbinding wacht. Maar in allen gevalle, hoe men ook de plaats verklare, dit is zeker, dat de Apostel den toestand na den dood als een gewenschte zaak, waarnaar hij verlangt, beschouwt en zou hij, die nu

Sluiten