Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den buik des walvissches niet heeft geslapen maar zeer wakker en zich zeiven bewust is geweest — zoo ook elke ziel in den staat vóór de opstanding niet slaapt noch bewusteloos kan zijn, maar met volle bewustheid of in benaauwdheid en angst of in vreugde en zaligheid verkeert.

7° Openb. XIV : i3. Zalig zijn de dooden die in den Heere sterven ja van nuaan,zegt de geestera.; wij behoeven zelfs niet met nadruk op de woorden van nu aan te letten om in deze plaats een bewijs te vinden voor het gevoelen, dat wij verdedigen. Immers bepaaldelijk wordt de tegenwoordige tijd gebruikt die sterven niet den voorleden die gestorven zijn — opdat wij het zalig zijn met hun dood onmiddelijk in verband zouden brengen : maar de kracht der woorden in dezen volzin , zoo als ze daar in den text voorkomen, ook met geheele weglating van die woordekens van nu aan, drukt volkomen uit, zij die in den Heere sterven, zijn oogenblikkelijk gelukkig — en niets anders, nog meer heeft de stervende Jezus aan den in het geloof stervenden moordenaar toegezegd in die troostrijke belofte heden zult gij met mij, mijnen geest, in het Paradijs zijn: zelfs bestaat wellicht de kracht van die belofte daarin, dat terwijl de-moordenaar vroeg, of de Heere hem zou gedenken als Hij in zijn Koningrijk zal zijn ingegaan ; Jezus hem niet alleen de zaligheid op dat nog verwijderd tijdstip van het ingaan in zijn Koningrijk belooft, maar oogenblikkelijk na den dood, heden reeds, op den dag uwes doods, bij de vrijwording uwer ziele van het ligchaam des doods. Ziedaar hoe de Heere betoont die God te zijn die machtig is boven bidden en denken, overvloedig te doen; die mildelijk geeft, en niet verwijt.

Wij willen intusschen hier niet eens onderzoeken , wat onder dat woord Paradijs te verstaan zij, waarover zeer onderscheidene gévoelens zijn : maar zeker is het, welk

Sluiten