Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der vereeniging spreken. We weten, dat Hg den band des vredes niet aanlegt ten koste van de Waarheid; die niet aanlegt met ter zijde stelling, met verloochening van het werk dat Hij weleer wrocht.

Dewijl dit vast staat, wil Hij ook dat wij daarop letten zullen.

De Waarheid en den vrede moeten we liefhebben. In de toepassing van de Waarheid moeten we ook zuiver liggen en éen zijn. De Waarheid toch moet niet alleen beleden, maar ook beleefd worden.

Dingen, die niet de beginselen, niet de woorden Gods gelden noch daaruit voortvloeien , moeten we ook niet tot voorwaarden stellen. Daarin moeten we wederzijds toegefelgk zijn. Wie daarin het meest toegeeft, dient het meest den Heere en is het welgevalligst in Zijne oogen. De voorwaarde der vereeniging moet deze zijn: dat we, naar vs. 20, saam staan kunnen op het fondament der apostelen en profeten, en dienovereenkomstig kunnen leven.

Dat nu kunnen we o. i. niet, indien we niet met en bij de organisatie en de hiërarchie van het Ned. Herv. Kerkgenootschap, ook „de massa" loslaten. De Christenen moeten zich, op kerkelijk gebied, op welke wijze dan ook, afzonderen van de wereld.

Op dit terrein mogen we ons alleen vereenigen met hen, die zich des Heeren betoonen, die dus met ons God wenschen te dienen naar Zijn wil en Woord.

Een juk aan te trekken met hen die dat niet willen, is geen zegen, maar wel een vloek.

De zegen van de vereeniging met hen die dat wèl willen, maakt daarentegen rijk en gelukkig.

Door haar toch werd, zegt de Apostel in vs. 15, „de vijandschap te niet gemaakt."

Door haar één te doen worden, leerden zij elkander kennen, waardeeren en liefhebben. En aanschouwden ze ook in elkaar veel meer het werk des Heeren. HEEREN.

Ook werden zij daardoor eene macht in stad en land, en konden mitsdien veel meer doen voor de zaak des Heeren.

Ten slotte. God zag er en ziet er in welgevallen op neer; Hij kroont Zijn eigen werk; ja Zijne hooge goedkeuring doet Hij er rijkelijk op genieten. Dwaas is het alzoo, om niet gegronde redenen de vereeniging tegen te houden.

Komt, laat ons er om bidden, zei de leeraar, en ging toen voor in het gebed.

En in de samenkomst, die daarop volgde, werd het inge-

Sluiten