Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïuet mij eens, dat een geregeld toezigt over dit Instituut wenschèlijk was. Er werd derhalve besloten, van lijne Excellentie, den Heer Minister van Binnenlandsche Zaken, eene verklaring te vragen van hetgeen bedoeld werd in de woorden van het Koninklijk besluit Van 27 Mei 1830, op welks inhoud de inrigting gevestigd was, dat niettemin dergelijke instellingen onderworpen waren aan het toezigt, van Gouvernementswege gesteld. Het antwoord van Z. E. was, dat door dit toezigt dat van den Schoolopziener van het District verstaan moest worderi. Hiefvan verwittigd, verzocht ik, dat van deze verklaring aan den Heer Baron van Wtkersloot kennis mogt worden gegeven; 't welk mij gerecdelijk werd toegezegd. Nu, als Schoolopziener, daartoe geregtigd, bezocht ik later het Katwijksche Instituut, en herhaalde dat bezoek:' meermalen. Telkens •fWjtd"*ik rnet de uiterste beleefdheid ontvangen, en vond redenen, om over het gegeven onderwijs en de vorderingen der leerlingen hoogst te vrede te zijn. Dan ik zag daarbij geditrig'!'my*''oogmerk te leur- ge* steld, om te weten, in welken geest het onderwijs der Vaderlandsche Historie, bijzonder met.üetrekking tot het tijdperk van den Spaanschen oorlog, werd voorgedragen; waartoe ik meende te meer regt te hebben, omdat ik den Heer Baron van vwkersloot, nog lid der Commissie' vani plaatselijk' toezigt te Warmond zijnde, meermalen had hooren klagen over de voor itóomach - Katbohjken hoogst ergerlijke wijze, waarop dat tijdperk, in de meest gebruikelijke "leerboeken dier Historie, behandeld werd, in zoo verre zelfs, dat hij het onderwijs dier Historie van de school ganschelijk

Sluiten