Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keling van het Instituut'te Kuilenburg, door hem medegedeeld, ten bewijze van den goeden geest, op hetzelve heerschendw. Ik lees aldaar, op het slot van bl. 47 en het begin van bl. 48 van; rijnen eersten Brief, het volgende: » Of moet ik van de zestiende eeuw ge» wagen, die in de Nederlanden, Dnitschland, Frank» rijk en Engeland de fraajje kunsten zag herle» ven ? Nog heden zijn deze landen bedekt, als het wa» re, met het puin der verwoestingen, in dat rampzalig » tijdgewricht aangerigt, en de maatschappij met wonden', » die de zamenleving zoo diep getroffen hebben, dat zij » na drie eeuwen open staan; en het Christendom, tot » in zijn ingewand verscheurd, getuigt genoeg van die » eeuw, waarin de wetenschappen herleefden, maar » waarin te gelijk de Godsdienst begon te sluimeren." Dat hier de Hervorming, «choon niet uitdrukkelijk genoemd, die hoofdgebeurtenis der zestiende eeuw, bedoeld wordt, kan wel bij niemand eenigen twijfel lijden. Maar nu vraag ik, hoe op een Instituut, waar de Hervorming in zulk een licht geplaatst wordt, zonder regtstreeksche verzaking van die leer, over een' man, als willem de I, een ander dan zeer ongunstig oordeel geveld kan worden ? Of was hij, de afvallige van de Roomsche kerk, waarin hij was opgevoed, was hij niet een der voornaamste, werktuigen, waardoor die groote verwoestingen, waarvan het puin nog vele lande» bedekt, werden aangerigt? was hij het met, die, door , zijne krachtige medewerking, de wonden holp slaan, die na drie eeuwen nog open staan, en waardoor het Christendom, tot in. zijn ingewand, verscheurd werd? Verre intusschen zij het van mij, door het aangevoerde

Sluiten