Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid vertoont, kan niemands aandacht ontgaan, die de bewegingen gadeslaat, uit den veranderden toestand der godgeleerde wetenschap bij geleerden, en ongeleerden, aanzienlijken en geringen, door geheel Europa geboren. Dat de beoefenaar der wetenschap zich thans evenmin, als vroeger Galilei door het noodgeschrei der Roomsche priesters, door eenig geroep of geschreeuw van het onderzoek der waarheid laat terughouden, daaromtrent zal onder ons wel geen verschil zijn. Doch hier rijst eene andere vraag op. Er zijn er namelijk, die, terwijl zij toestemmen, dat het onderzoek in alle wetenschappen vrij behoort te zijn, aan den godgeleerde die vrijheid betwisten. De godgeleerdheid toch, zeggen zij, is, uit haren aard, geene vrije wetenschap, vermits de godgeleerde, in onderscheiding van de beoefenaars der overige wetenschappen, niet kan voordragen, wat hem als waar gebleken is, maar zich te houden heeft aan de eens voor altijd vaststaande uitspraken des Bijbels of der Kerk. Naar hun oordeel derhalve is zelfs de geringste verandering in de theologie ondenkbaar. Onder hen, die zóó oordeelen, ontmoeten wij niet slechts de voorstanders der oude orthodoxe leer, die van de zucht onzer eeuw tot verandering hèt ergste voor Kerk en Staat vreezen, maar ook vrijzinnigen, en onder deze niet zelden bij voorkeur ben, die voor zich zeiven geenerlei vorm van godsdienst toegedaan zijn. Ook onder deze zijn er, die aan de theologie, als dienaresse, gelijk zij meenen, van een kerkelijk systeem , hare plaats in de rei der wetenschappen ont-

Sluiten