Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teuch, was in de oogen van Kalvijn het werk van • warhoofden" en «babbelaars" *); en ontkende L ut her-de echtheid van den brief van Ja c obus, was ook dit niet de uitkomst van kritisch onderzoek, daar het bekend is, dat hij aldus geoordeeld heeft, omdat de inhoud van dien brief met zijne dogmatische zienswijze omtrent het leerstuk der regtvaardiging niet strookte. Dezelfde wijze van beschouwen bleef voortduren in beide eeuwen, die op de Reformatie volgden. Het oude bijgeloof aangaande de goddelijke instelling van den Canon nam, in weerwil van de beginselen van het Protestantisme, hand over hand toe. De laatste sporen der kritiek, die de Hervormers nog op hunne wijze beoefend hadden, schenen in den loop der tijden verloren te zullen gaan. Zelfs voor de geringste toepassing der kritiek werd men in de Protestantsche kerk zoo beangst, dat, toen Lodewijk Cappelle, hoogleeraar te Saumur, de Hebreeuwsche vokalen en punten, die, gelijk bekend is, niet van de hand der schrijvers afkomstig zijn, aan een vrij onderzoek onderwierp, de Zwitsersche Hervormde kerk, op voorgang van den anders in de Hebreeuwsche oudheid zóó er varenen Buxtorf, de goddelijke ingeving ook van de Hebreeuwsche punten en vokalen vaststelde, en elke poging, om den Hebreeuwschen tekst te verbeteren, als gevaarlijk voor het gezag en de majesteit der Schrift veroordeelde. De dogmatische overlevering aangaande den Canon hield dan ook de godgeleerden van de be-

>) Itutit. I, vin: 9.

Sluiten