Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij, die in onzo dagen de oude kerkelijke regtzinnigheid op nieuw te voorschijn roepen, houden het dogma d. i. eene leerstellige formule of ook eene reeks van leerstukken voor het voorwerp des geloofs en noodigen ons daarbij uit, die leerstukken, ook wanneer zij onbegrijpelijk zijn mogten en zelfs aan de rede ongerijmd voorkomen, eenvoudig te gelooven. In de H. Schrift daarentegen is het dogma niet het voorwerp des geloofs, maar eenvoudig de formule, waarin hetgeen men gelooft wordt uitgesproken. Het dogma is in de godgeleerdheid hetzelfde wat bij de natuurkundige wetenschappen de wis- of natuurkundige formule is. In de natuurkunde namelijk is de natuur zelve het voorwerp onzer kennis, door de formule wordt alleen uitgedrukt, wat de beoefenaar der natuurkunde, na een naauwkeurig onderzoek, uit de natuur zelve als waarheid leerde kennen. Evenzoo is voor den schriftverklaarder geene leerstellige formule over Christus, gelijk de oude orthodoxie beweert, maar Christus zelf, geen leerstellig begrip omtrent God, maar God zelf het voorwerp des zaligmakenden geloofs *). Gelooven in Christus wat is het anders, volgens de H. -Schrift, dan met Christus, gelijk eene rank met den wijnstok, vereenigd te zijn, ten einde, met zijnen geest vervuld, God zóó lief te hebben, gelijk hij den Vader liefhad, zóó één te zijn met God, gelijk hij, en aldus in zijne gemeenschap aan God gelijkvormig te worden *). Waar, vragen wij, is hier nog plaats

') Joh. XIV: 3; Rom. IV: 3.

') Joh. XV: 1—8; Joh. XVII: 2], 22. Verg. X: 30.

Sluiten