Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het Roomsche stelsel, niet, dat de Kerk den ketter strafte, want gelijk het spreekwoord zegt: »ecclesia non sitit sanguinem maar dat zij de ketters opspoorde en bij de overheid aangaf, wier pligt het vervolgens was, om, gelijk zij den dief ophing, den ketter te verbranden. Dat dit niet meer gebeurt, honde men niet voor een gevolg van beter inzigt, wat op dit standpunt onmogelijk is, maar schrijve men daaraan toe, dat de ketters, brandstapel en gevangenis moede, nu doen zouden wat onze vaderen tegen Spanje deden en geweld met geweld te keer gaan. Hoe groot toch de kracht van het beginsel is, dat wij wraken, blijkt hieruit, dat het zelfs in het Protestantisme zijn invloed niet gansch en al verloor , zoo als het lot, dat Servetus en later in ons vaderland de Remonstranten trof, met een bedroevend voorbeeld geleerd heeft. Ja, hetzelfde verschijnsel doet zich nog in onze dagen voor, zoo dikwerf de voorstanders der oude Protestantsche regtzinnigheid andersdenkenden van ketterij beschuldigen en zelfs de afzetting eischen van hen, die van het aangenomen formulier zich verder verwijderen dan aan hunne bedillers goeddunkt! Waartoe meer? De onverdraagzaamheid en de zocht om andersdenkenden te vervolgen, hoezeer ook door de wetten van den Staat beteugeld, zullen echter het hoofd telkens op nieuw opsteken, zoo lang men het dogma, d. i. eene menschelijke opvatting der waarheid, voor de waarheid zelve honden zal en eene doode

') «De Kerk dorst niet naar bloed."

Sluiten