Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het in waarheid is. De Christen, die dien naam naar waarheid draagt, verlangt van de overheid niet anders, dan door de wet niet verhinderd te worden om zijne meening vrij uit te spreken >) en vrij zijnen God te mogen dienen. Wat wij verlangen en m Nederland ons verheugen te bezitten, is vrijheid, geene voorregten, geene heerschappij, geene uitsluiting van andersdenkenden! Wij vragen alleen vrijheid, overtuigd, dat, waar zij, noch van Staatswege noch door de Kerk belemmerd wordt, Christus, door geene menschelijke bijvoegselen ontreinigd en verduisterd, steeds meer ingang vinden zal in de gemoederen der menschen, en, van den Koning af, elk burger van Nederland, de Israëliet niet uitgezonderd, al belijdt hij den naam van Christus niet, toch met zijnen geest en zijne beginselen doortrokken, tot het welzijn van het gemeenschappelijke vaderland het zijne zal toebrengen.

Wat voorts de vraag betreft, of eene wet, om christelijk te zijn, den naam van Christus en het woord » christelijk" moet uitspreken, zoo bedenke men, dat Jezus zelf zijne volgelingen niet Christenen naar zijnen heiligen naam, maar «kinderen Gods" genoemd heeft *), dat in het, naar aller toestemming, meest christelijke en allervolmaaktste gebed de naam van Christus niet voorkomt s), dat het woord » christelijk" ter aanduiding van de leer en de gods-

') Joh. XVIII: 80, 81. Hand. IV: 19, 80. >) Matth. V:9, 45. Vgl. Joh. 1:10, Rom. VIII : 19, 21, 1 Joh. 111:1. - ») Matth. VI:9-13.

3

Sluiten