Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regten, Henricus Cock, candidaat in de Regten en Bernardus Elias de Goeije, student in de Letteren, wier vroegen dood wij met hunne ouders en vrienden betreuren. En gij, mijn waarde ambtgenoot 1), die over het verlies treurt van uw beminden zoon, wil, bij het gemis van zoo dier* baar een pand, den moed niet laten varen, en bedenken, dat ook de bitterste droefheid hem niet van Gods liefde scheiden kan, die met een opregt geloof zich verlaat op zijne vaderlijke leiding. O mogt gij dien troost genieten, en, gesterkt door onze heilige godsdienst, voortgaan het welzijn onzer hoogeschóol te behartigen!

Hoe hoopte ik nog voor weinig dagen M. H.! dat ik bij het vermelden van den dood onzer ontslapene vrienden slechts bij de drie genoemden mij zon te bepalen hebben! God heeft het anders gewild, toen onlangs de uitnemende Dirk van Hogendorp, candidaat in de Regten, ten gevolge eener hevige ziekte, door den dood aan eene beminde moeder, aan zijne vrienden, aan de hoogeschóol ontrukt werd. Wat van hem voor de geleerde wereld en voor het vaderland te wachten was, getuigen allen, die hem gekend hebben, en bewees nog in dezen zelfden jaarkring de heugelijke tijding, dat de regtsgeleerde faculteit te Utrecht besloten had zijne verhandeling Over de beoefening van het volkenregt in ons vaderland na Hu go de Groot te bekroonen. Door dien arbeid, die;

') De hoogleeraar Cock.

Sluiten