Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigene Kerk, de vrijheid van hun geweten en van hunne belijdenis zou worden geëerbiedigd en gehandhaafd, en dat zij ten minste d&ar niet zouden worden afhankelijk gemaakt van menschelijke willekeur en gezag.

Op dit genot en op die handhaving van de vrijheid van hun geweten en van hunne belijdenis in hunne eigene Kerk, meenden de ondergeteekenden des te veiliger te mogen aandringen, naarmate zij levendiger overtuigd waren, dat door hen geen kleingeestig bemoeijelijken van getrouwe en godvruchtige leeraren over meeningen van ondergeschikten aard werd bedoeld, maar alleen de handhaving van die waarheden, met welke de eer van God en de behoudenis en heiliging van zondaren in onmiddellijk verband staan.

De ondergeteekenden vertrouwden, dat het immers niet te veel ware, de handhaving te verlangen van die waarheden welke, de gansche Schrift door, als de grondslag en de kern der Goddelijke Openbaring aan een afgevallen menschengeslacht, worden voorgesteld ; — die de hoop en de verwachting hebben uitgemaakt van de Patriarchen, Profeten en Apostelen; — die de Belijdenis van de gansche christenheid van alle eeuwen en van alle plaatsen hebben gekarakteriseerd; — en die de ziel en het wezen hebben uitgemaakt ook van die groote kerkelijke beweging in de zestiende eeuw, welke nog steeds bij alle ware protestanten onder den naam van de Kerkhervorming met zegen en welgevallen wordt herdacht.

Zij vertrouwden, dat men erkennen zou, dat de Hervormden in hun regt zijn, wanneer zij verlangen,

Sluiten