Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAARDE HOORDERS EN HOORDERESSEN!

Onder de verschillende boeken des Bijbels is er een, dat menig vreemd gezegde, menige raadselachtige uitspraak bevat. Eu geen wondei, daar in dit boek nedergelegd zijn de ondervindingen van een man, die de wisselvalligheden van het leven heeft leeren kennen, de genietingen des tijds heeft gesmaakt en zich van hare ijdelheid heeft overtuigd. Dit boek is, om zoo te spreken, het meest wijsgeerige der Schriften. Gij begrijpt reeds dat ik bedoel datgene, hetwelk ook onder ons onder den naam van "De Prediker' bekend staat. Eene dier vreemde uitspraken luidt: "De dag des doods is beter dan die der geboorte." Nu weten wij allen, dat dit woord ten eene male verschilt van al hetgeen men gewoonlijk hoort, en een iegelijk onzer welligt als zijne eigene overtuiging zoude moeten bekennen. Immers wij allen zijn zeer aan het leven gehecht, en zouden voor de bewaring daarvan al het andere gaarne veil hebben. Misschien kan de gehechtheid aan het leven niet beter geschetst worden dan door deze eenvoudige, doch niet onaardige Duitsche legende. Een oud man, luidt het verhaal, had den ganschen dag in het zweet zijns aanschijns takken in het woud vergaderd; met een zwaren bundel beladen keerde hij in den laten avond huiswaarts. Vermoeid van den last, dien hij torschen moest, bleef hij op eene hooge brug, die hij slechts met moeite had beklommen, eenigen tijd staan, en riep uit: "Och lieve dood! kom toch en neem mij spoedig mede." Naauwelijks had de dood zijne bede gehoord, of hij stond naast hem. Als nu de grijsaard de afgrijselijke gedaante aanschouwde, riep hij verwonderd en verschrikt tevens uit: "Wie zijt gij vreemdeling?" De dood antwoordde: "Ik ben de dood, wiens

Sluiten