Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betwisten, zich op den Bijbel beroepen, om zelfs de Amerikaansche slavernij, die altijd veel gruwelijker is geweest dan die in de koloniën van ons land, met den Bijbel in de hand, niet alleen te verdedigen, maar zelfs als iets noodzakelijks, als iets weldadigs voor te stellen. Yan daar dat nog onlangs het Haagsche genootschap tot verdediging van de Christelijke godsdienst de volgende prijsvraag heeft uitgeschreven: "Vermits men de slavernij nog in onzen tijd ook met een beroep op den Bijbel verdedigt, zoo verlangt het genootschap: Eene oordeelkundige verklaring en juiste toepassing der bijbelplaatsen, welke dit onderwerp betreffen, alsmede een naauwkeurig onderzoek hoe volgens den geest en de beginselen des Christendoms de slavernij moet beschouwd worden."

„Tot eene wetenschappelijke en gegronde beantwoording dezer prijsvraag zal het vooral noodig zijn de schriften te raadplegen, die er in onzen tijd, ook in Amerika, over dit onderwerp zijn uitgekomen."

Aan die verstandsverwarring is, Gode zij dank, onder ons een einde gekomen, en men heeft leeren inzien, dat de menschelijke regtvaardigheid zoowel als het Goddelijk regt de slavernij in eiken vorm veroordeelt. Doch niet alleen het verstand, maar ook de conscientiën zijn wakker geworden, en men heeft begrepen, dat de schuld, welke zoolang op Nederland heeft gerust, tot eiken prijs betaald moest worden. Wel wist men, dat men zich menig offer zou moeten getroosten, en dat de vrijlating der slaven met vele en velerlei moeijelijkheden gepaard zoude gaan, nogtans begreep men, voor geen van beide te moeten terugdeinzen, maar in 's Heeren kracht de taak, die Hij aan regering en volk had opgelegd, te moeten aanvaarden. Zoo nu God ook in deze zaak beide het willen en het volbrengen in ons heeft gewrocht, betaamt het ons dan niet, Hem hiervoor te danken ?

Wij hebben reden om te danken met het oog op hetgeen thans in de Vereenigde Staten van Amerika gebeurt. Daar is sedert eene reeks van maanden een vreeselijke burgeroorlog uitgebroken, die bloeijende en gezegende landstreken verwoest en den broeder tegen den broeder met onbeschrijfelijke woede vervult. Nog is het einde van dien verschrikkelijken strijd niet te voorzien, en wie kan zeggen, hoeveel

Sluiten