Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den druk publiek maakte. Ook op de Synode des vorigen jaars deed ik er het mijne toe, om dit plan aan te prijzen. En in de maand April van dit jaar viel mij de eer te beurt, om in de broederlijke zamenkomst van die geleerden, welke zich bepaaldelijk tot het leggen der grondslagen voor eene nieuwe Nederduitsche vertaling van het Nieuwe Testament vereenigd hadden, de beraadslagingen als Voorzitter te mogen leiden. Evenwel liet ik tot dusverre anderen voor die onderneming in het openbaar het pleit voeren. Maar nu de laatstgehoudene Synode de besluiten, die er in onze zamenkomst genomen waren, mét hare goedkeuring bekrachtigd heeft; nu binnen kort de hand aan het werk zal geslagen worden, voel ik mij gedrongen het stilzwijgen af te breken. Tot ontwikkeling mijner denkbeelden heb ik het Maandschrift, tot hetwelk ik sedert meer dan derti" jaren in zoo naauwe betrekking sta, opzettelijk uitgekozen, omdat ik mijn opstel onder het oog van meerdere lezers brengen wilde, dan ik berekende, dat ik verkrijgen zou, wanneer ik het afzonderlijk in het licht gaf (1). Ik zal het wenschelijke eener nieuwe Nederduitsche vertaling van den Bijbel in het algemeen en het Nieuwe Testament in het bijzonder, volgens de nu gelegde grondslagen, trachten aan te wijzen.

Onder de zoodanigen, die geheel de onderneming afkeuren, zullen ef buiten twijfefcztjn, welke- zich niet

(1) Het onderwerp van Bijbelvertaling is hier ook meermalen ter sprake gebragt, «oo als door den Heer vah meeteren in den jaargang van 1837, bl. 369 volgg., en doorden Heer spijker in den jaargang van 1852, bl. 395 volgg. Op het laatstgenoemde geschrift «al ik later terugkomen.

Sluiten