Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is gelegd geworden, de Heer vissering, aan wiens heuschheid ik reeds het bezit der afgedrukte bladen te danken heb. Dit zijn werk staat in naauw verband met zijne vóór twee jaar nitgegevene Proeve eener beantwoording der vraag: Welke gijn de gebreken der dusgenaamde Statenvertaling van de Schriften des Nieuwen Testamenta (1) ? De slotsom van alles zal wel deze zijn, dat het zich niet betwijfelen laat, of men hetgeen er nu van wege de Synode ondernomen wordt inderdaad wenschelijk noemen moge. En wilde men er nog een bewijs voor hebben, dan kon mijne Proeve van grondslagen misschien daartoe dienen.

In die Proeve van grondslagen noemde ik de vertaling van den Staten-Bijbel een werk van meesterlijke handen, hetwelk meer dan twee eeuwen verduurd heeft. Nog onlangs stemde onze vissering met die lofspraken in, welke aan deze vertaling door duizend tongen zijn toegezwaaid, en weidde hij over de deugden uit, welke daarin doorblinken (2). Hoe hoog zelfs de tegenpartij der Synode van Dordrecht haar gesteld heeft, zien wij uit de verklaring door efisoopius, een van de hoofden der Remonstrantsche Broederschap, kort na hare uitgave gedaan, dat hij haar boven de eertijds gebruikelijke verre weg de voorkeur gaf (3). Nog veel klaarder blijkt zulks uit hetgeen ons geboekt staat nopens vier

(1) Jaarboeken voor wetenschappelijke theologie. X D. bl. 258 volgg. 411 volgg.

(2) Jaarboeken, t. a. p. bl. 259 volgg. verg. sibihoa, over de Nederlandsche vertaling des Bijbels, in Godgel. Bijdragen V D. bl. 662 volgg.

(3) Institut. Theol. Lib. IV. Opp. Thcol. Ed. II, p. 278.

Sluiten