Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op welken lof zij ook aanspraak maakt, als zij met andere vergeleken wordt, verre beneden het peil staat, wanneer wij haar aan den grondtekst toetsen. Dit geldt wel vooral het Onde Testament, maar het betreft toch ook het Nieuwe. Bepalen wij ons nu daarbij. Op eene groote menigte van plaatsen vinden wij door onze overzetters woorden gebruikt, die met het Grieksch, of slechts ten halve, of in geenen deele overeenstemmen. Even dikwijls stooten wij op uitdrukkingen, waarin de Grieksche woordschikking veronachtzaamd is, of die bij de kleur en den gloed van het oorspronkelijke noodeloos te kort schieten. Talrijk zijn insgelijks de zinsneden , welke, of den grondtekst verklaren in plaats van dien letterlijk over te brengen, of van de meening der gewijde schrijvers afwijken, of hunne denkbeelden duisterder voordragen, dan zij zeiven gedaan hebben. Zoo worden die zinsneden ook niet zelden, door eigendunkelijke toevoegsels, of op eene andere evenmin behoorlijke wijze aaneengeknoopt, of, terwijl zij naauw moesten verbonden zijn, van elkander afgescheiden, door iets van meerdere of mindere uitgebreidheid tusschen twee haakjes te zetten. Zal ik voortgaan en nog van andere gebreken gewagen, die wij vaak in het Nieuwe Testament van den Staten-Bijbel aantreffen ? Men denke dan aan het weglaten van woorden, die werkelijk in het oorspronkelijke voorkomen; aan het

rie der Reformatie. Hl D. bl. 50, 51, maar ook door N. N. die zich zeiven onder de lagchers telt, in Pratstantium ae erudiiorum virorum Epistolae Eccles Theol. et Ed. III p. 514. Breedvoerig is het aangeteekende over die zaak bij heringa , bl. 103 volgg.

Sluiten